Home | Je bent nu hier: Home > Ontdekdozen > verslag les over wielen
Opdrachten I
Opdrachten II
Ontdekdozen
Kerndoelen
Tips & Trucs
Links
Contact
Home

Lessen over wielen

Verslag van een les over tandwielen met groep 1
Tekst: Els Kooijmans

Momenteel sta ik in een groep waar alle jongste kleuters instromen. Deze klas is per maart 2007 gestart en elke week komen er nieuwe kinderen bij. Het is dus een groepje, waarbij de kinderen allemaal maar net 4 jaar zijn geworden.
Zo ook Bram. Hij is net 4 jaar geworden en nog niet zo lang bij ons op school. Hij loopt vandaag een beetje met zijn ziel onder zijn arm tijdens de werkles, hij weet niet wat hij zal gaan doen. Ik vraag Bram of hij mij wil helpen een probleem op te lossen wat met techniek te maken heeft. Dat wil Bram wel. Ik pak het bord met de tandwielen uit de kast (tandradspel MULA € 5,95 kinderafdeling bij IKEA).
Ik haal alle tandwielen van het bord en laat er 1 liggen en leg Bram het volgende probleem voor:
Bram, ik wil dit tandwiel laten draaien zonder dat ik hem kan aanraken. Hoe kunnen we dat voor elkaar krijgen?
Bram en ik hebben ook meteen de aandacht van Ivy, Sven en Denzel. Ze vinden het reuze interessant en vergeten even helemaal hun eigen werkje. Denzel draait aan het tandwiel en zegt dat hij draait. Ik leg Denzel ons probleem nog een keer voor. Nee, vindt Denzel, dat kan niet, dat het tandwiel gaat draaien zonder aan te raken. Ivy zegt van wel. Ze pakt een tandwiel van de tafel, zet hem naast het tandwiel op de plank en draait aan het eerste tandwiel. Ik zeg tegen haar dat ik het knap bedacht vind, maar dat ze nu toch aan dat eerste tandwiel draait die we juist niet wilden aanraken. Ze ziet meteen wat ze wel moet doen en draait aan het tandwiel dat ze als tweede erbij geplaatst heeft.
Ik leg steeds nieuwe problemen voor:
Nu mag je deze 2 tandwielen niet aanraken, hoe kunnen we ze toch laten draaien?
Elke keer komen ze eruit na even na te denken. Om de beurt lossen Bram, Sven, Denzel en Ivy het volgende probleem op. We gaan zo door totdat alle tandwielen op zijn. Het blijft een spannend spel!
Nu zet ik 2 tandwielen wat verder uit elkaar op de plank. We mogen ze allebei niet aanraken, maar ze moeten gaan draaien.
Denzel denkt niet dat het kan, Bram weet het niet en Sven kijkt alleen maar. Ivy pakt een tandwiel en zet deze schuin tussen de twee andere tandwielen in. Het werkt!

Verslag van een les over wielen met groep 3
Tekst: Kitty, techniekjuf

Ik had vooraf een tafel klaargezet met al het materiaal en gereedschap erop dat ik nodig dacht te hebben. De kinderen vonden dit prachtig, maar ook spannend. Eén kind was niet weg te slaan bij de tafel en gebruikte elke gelegenheid om snel er naar toe te lopen om het gereedschap aan te raken en te vragen. “Wat is dit? en  Wat is dat? Mogen wij hier ook mee werken?”
Ik had me voorgesteld als juffrouw Kitty en zei dat ik met hen ging ‘technieken’ samen met juffrouw Sonja. Ik legde verder uit dat ‘techniek’ een deftig woord is en dat het betekent dat we iets gaan uitvinden, iets maken.
“We gaan een werkstuk maken dat met behulp van wielen kan bewegen. We gebruiken daarvoor grote-mensen-gereedschap, zoals een hamer, een zaag en een boor.”
Dat viel goed in de smaak bij de kinderen. Je zag hun ogen schitteren. Ik liet een voorbeeld van het werkstuk zien, draaide aan het snaarwiel en de kinderen zagen het hoofd en de armen van het poppetje bewegen. De achterkant hield ik verborgen. Ze konden niet zien hoe het werkte. Daarna stelde ik de volgende vragen aan de kinderen:
“Wie weet wat wielen zijn. Waar kom je ze tegen? Waar zitten ze aan vast? Wat doen die wielen. Wat kun je ermee?”
Nou, dat wisten ze wel. Wielen zitten onder een auto, aan de fiets, in een wekker en horloge, in een cassettebandje, onder een rolbox, en nog veel meer. Ik praatte met de kids over wielen. De fiets heb ik er als voorbeeld uitgehaald en op het bord getekend. De fiets tekende ik zonder ketting. Toen vroeg ik, “Hoe kan nu het ene wiel tegelijk met het andere wiel draaien?”
“Door een ketting was het antwoord.” Goed zo. Ik heb uitgelegd hoe je de wielen van een fiets kunt laten bewegen. Als je tijd hebt zou het leuk zijn een fiets in de klas te halen. Kinderen weten het natuurlijk wel ongeveer, maar nu worden ze zich pas bewust hoe het precies werkt. Aan de wielen waar de ketting omheen draait zitten TANDEN en die wielen noemen we dan ook TAND…. WIELEN. Dit liet ik de kinderen heel nadrukkelijke hardop zeggen.
“Maar je hebt ook wielen die glad zijn en een gleufje hebben in plaats van tanden. Hoe zou je die noemen?” Ik tekende een snaarwiel op het bord. Het antwoord wisten de kinderen niet. “Je kunt ze verbinden, niet met een ketting maar met een SNAAR.” Dat woord zei hen weinig, dus vroeg ik, "Wat kun je tussen twee snaarwielen spannen zodat ze samen kunnen draaien?" Een meisje gaf het juiste antwoord, ... een elastiekje! Prima, dat woord zocht ik. “Nu hebben we genoeg gepraat. Wij gaan aan de slag."

Ik had voor alle leerlingen een zakje klaargemaakt met snaarwielen en tandwielen, een stukje zachtboard, knopspelden en elastiekjes.  De opdracht luidde: Prik twee snaarwielen op het zachtboard. Met het elastiekje zorg je dat de wielen samen kunnen draaien. Het ene kind begrijpt het meteen, de ander mag even afkijken en een derde moet door mij even op weg worden geholpen. Toen het derde snaarwiel erbij. Dit ging ook goed. Daarna kwamen de tandwielen aan de beurt. Maar wij hebben geen ketting. Wat nu? “Hoe kunnen we de tandwielen toch laten draaien?” Een kind aarzelde: “Door de tanden in elkaar te laten haken?” Prima. Ik liet een handboor zien. Hierbij kun je goed zien hoe het ene tandwiel in het andere haakt. Ook het derde tandwiel op het zachtboard toevoegen is geen probleem. Tijd voor de laatste opdracht.
“Prik nu een GROOT en een KLEIN snaarwiel vast. Verbind ze met een elastiekje. Draai met je vingers aan het grote wiel. WAT VALT JE OP? Welk verschil zie je tussen de twee wielen?”
Na enige tijd had iemand het ontdekt. Het kleine wieltje draait SNELLER dan het grote, geweldig! Zelf ontdekt. De kinderen wilden het zakje met de wielen het liefst mee naar huis nemen.
“Volgende week gaan we beginnen met het poppetje en als dat klaar is, mogen jullie dat wel mee naar huis nemen.”

Ik heb hierna twee lessen van twee uur besteed aan het maken van een werkstuk met snaarwielen. Ik vertelde de kinderen dat wij ‘fabriekje’ zouden gaan spelen. In een fabriek zijn verschillende afdelingen. Denk maar aan een meubelfabriek. In de ene ruimte worden stoelpoten gezaagd. Ergens anders worden de onderdelen glad geschuurd en weer ergens anders staat een boormachine en worden gaten geboord. Wij maakten in de klas de volgende ‘afdelingen’.
· een zaagafdeling
· een boorafdeling
· een knutselafdeling
· een verfafdeling
 
De lessen zijn prima verlopen. De kinderen hebben enthousiast gewerkt en vragen nu nog wel eens: “Juf, wanneer gaan wij weer fabriekje spelen?”.

Begeleiding: Kitty (techniekjuf) en Sonja, de leerkracht  Basisschool De Veldblom in Kerkrade

 


My Account